← Terug naar de IP-check
Kennisbank: IP-adressen, DNS & SSL uitgelegd
Een begrijpelijke uitleg van de begrippen achter onze tools — met voorbeelden en praktische tips. Van IP-adressen tot DNS en SSL-certificaten.
IP-adressen
Wat is een IP-adres?
Een IP-adres (Internet Protocol-adres) is het unieke nummer waarmee jouw apparaat herkenbaar is op het internet — vergelijkbaar met een postadres voor digitale post. Elke website die je bezoekt, ziet dit adres, want zonder afzender kan de server het antwoord nergens naartoe sturen.
Het adres dat je op onze homepage ziet, is je publieke IP-adres: het adres waarmee jouw internetverbinding zich naar buiten toe presenteert. Meestal krijg je dit adres van je internetprovider en delen alle apparaten in huis hetzelfde publieke adres via je router.
IPv4 versus IPv6
IPv4 is het klassieke formaat: vier getallen van 0 tot 255, gescheiden door punten, zoals 203.0.113.42. Er zijn ruim vier miljard IPv4-adressen mogelijk — dat klonk in de jaren tachtig als veel, maar is inmiddels op. Daarom delen providers adressen en gebruiken routers technieken als NAT.
IPv6 is de opvolger, met adressen als 2001:db8::8a2e:370:7334. Het aantal mogelijke adressen is zo astronomisch groot dat elk apparaat op aarde er miljarden zou kunnen krijgen. Steeds meer Nederlandse providers leveren standaard IPv6 naast IPv4; onze tool laat zien of jouw verbinding beide ondersteunt.
Publiek versus privé IP-adres
Naast je publieke adres heeft elk apparaat in je thuisnetwerk ook een privé IP-adres, uitgedeeld door je router. Deze adressen komen uit vaste reeksen zoals 192.168.x.x of 10.x.x.x en zijn alleen binnen je eigen netwerk bruikbaar — een website kan er niets mee.
Je router vertaalt continu tussen binnen en buiten (NAT). Daarom kunnen tien apparaten thuis samen één publiek adres delen zonder dat het verkeer door elkaar raakt.
Waarom klopt de locatie niet altijd?
De locatie bij een IP-adres komt uit databases die bijhouden aan welke provider en regio adresreeksen zijn toegewezen. Dat werkt vaak aardig op het niveau van land en regio, maar de stad kan er flink naast zitten — soms zie je de vestigingsplaats van je provider in plaats van je woonplaats.
Het is dus een schatting, geen GPS. Gebruik je een VPN, dan zie je de locatie van de VPN-server in plaats van je eigen locatie — dat is precies de bedoeling van een VPN.
Wat is reverse DNS (PTR)?
Gewone DNS vertaalt een naam naar een nummer (proxxy.nl → IP-adres). Reverse DNS doet het omgekeerde: bij een IP-adres wordt de bijbehorende naam opgezocht, het zogeheten PTR-record. Providers geven adressen vaak namen als x-x-x-x.provider.nl. Voor mailservers is een kloppend PTR-record belangrijk: mail van een adres zonder nette reverse DNS wordt sneller als spam gezien.
Wat is een WebRTC-lek?
WebRTC is de browsertechniek achter videobellen en schermdelen zonder plugins. Om een directe verbinding op te zetten, wisselt je browser IP-adressen uit — en dat kan buiten je VPN om gebeuren. Zo kan een website je échte adres zien terwijl je denkt anoniem achter een VPN te zitten: een WebRTC-lek.
Moderne browsers beschermen hier grotendeels tegen door lokale adressen te maskeren met mDNS-namen die eindigen op .local. Onze test op de homepage laat zien wat jouw browser prijsgeeft.
Wat zijn poorten?
Als je IP-adres het postadres is, dan zijn poorten de brievenbussen: genummerde ingangen (0 t/m 65535) waarachter diensten luisteren. Websites gebruiken poort 443 (HTTPS) en 80 (HTTP), beveiligde terminalverbindingen poort 22 (SSH), mailservers poort 25 (SMTP).
Een open poort betekent dat er op jouw adres een dienst bereikbaar is vanaf internet. Dat is prima als je dat bewust hebt ingesteld (bijvoorbeeld voor een eigen server), maar onbedoeld open poorten zijn een veiligheidsrisico. Met onze poortcheck test je de meest gebruikte poorten op je eigen adres.
DNS — het telefoonboek van het internet
Wat is DNS?
DNS (Domain Name System) vertaalt namen die mensen onthouden naar de nummers die computers gebruiken. Typ je proxxy.nl in, dan zoekt DNS razendsnel op welk IP-adres daarbij hoort — net zoals je vroeger een naam opzocht in een telefoonboek om het nummer te vinden. Zonder DNS zou je overal cijferreeksen moeten intypen in plaats van namen.
Die vertaling gebeurt via nameservers: gespecialiseerde servers die de gegevens van een domein beheren. Wijzig je iets in je DNS (bijvoorbeeld je site verhuist naar een nieuwe server), dan duurt het even voordat de hele wereld dat weet — dat heet de TTL (time to live), de tijd dat een antwoord bewaard mag blijven.
De belangrijkste DNS-records
Een domein heeft verschillende soorten records, elk met een eigen taak:
A en AAAA — wijzen een domein naar een IPv4- respectievelijk IPv6-adres (waar staat de website?).
MX — bepaalt welke mailservers de e-mail voor het domein ontvangen.
CNAME — laat een naam verwijzen naar een andere naam (bijvoorbeeld www naar het hoofddomein).
TXT — vrije tekst, vaak gebruikt voor e-mailbeveiliging zoals SPF en DMARC.
NS — geeft aan welke nameservers voor het domein verantwoordelijk zijn.
CAA — legt vast welke partijen een SSL-certificaat voor het domein mogen uitgeven.
Tip: met onze DNS-check zie je in één keer al deze records van een domein, plus een gezondheidscontrole en de e-mailinstellingen.
DNS en e-mail: SPF, DKIM en DMARC
Een groot deel van spam en oplichting bestaat uit mail met een vervalste afzender. Drie DNS-records helpen dat te voorkomen:
SPF bepaalt welke servers namens jouw domein mail mogen versturen.
DKIM zet een digitale handtekening onder je mail, zodat de ontvanger kan controleren dat die onderweg niet is aangepast.
DMARC vertelt ontvangers wat ze moeten doen met mail die niet door de controles komt — negeren, in de spam zetten of weigeren.
Tip: staan deze niet goed, dan komt je eigen mail sneller in de spammap terecht. In de e-mail-tab van onze DNS-check zie je in één oogopslag of ze op orde zijn.
SSL-certificaten — het hangslot in je browser
Wat is een SSL-certificaat?
Een SSL-certificaat (tegenwoordig eigenlijk TLS) zorgt voor het hangslotje in de adresbalk en de https:// voor een webadres. Het doet twee dingen: het versleutelt het verkeer tussen bezoeker en website (zodat niemand kan meelezen), en het bewijst dat de website echt is wie hij zegt te zijn.
Zonder geldig certificaat tonen browsers een waarschuwing als "Niet veilig", en bezoekers haken dan snel af. Voor elke serieuze website — zeker met een contact- of bestelformulier — is een certificaat dus onmisbaar.
Geldigheid en verlenging
Certificaten zijn altijd tijdelijk geldig: vaak 90 dagen (bij het gratis Let's Encrypt) tot een jaar. Verloopt het certificaat zonder dat het op tijd wordt vernieuwd, dan verschijnt bij bezoekers meteen die onveilig-waarschuwing. De meeste hosting vernieuwt certificaten automatisch, maar het blijft slim om het in de gaten te houden.
Tip: met onze SSL-check zie je direct of een certificaat geldig is, wanneer het verloopt, wie het heeft uitgegeven en welke domeinen het dekt. Handig om te controleren voordat het misgaat.
Waar let je op bij een certificaat?
Een paar praktische aandachtspunten:
Vervaldatum — vernieuw ruim op tijd, wacht niet tot de laatste dag.
Gedekte domeinen — een certificaat voor voorbeeld.nl dekt niet automatisch www.voorbeeld.nl; controleer of beide erin staan.
Uitgever — een certificaat van een erkende uitgever (zoals Let's Encrypt) wordt door alle browsers vertrouwd.
Wildcard — een certificaat voor *.voorbeeld.nl dekt alle subdomeinen ineens.